Spaanse Ria’s

We blijven elf dagen rondhangen in de ria’s, de fjorden van Spanje. We weten maar weinig over deze kant van Spanje en zijn onder de indruk van hoe mooi het er is. Hier moet je niet ver zeilen om een volgend ankerplekje of het vissersdorpje te vinden.

Het is weer even wennen, ankeren op stromend water. Aan het strand bij Finisterre peddelen we eerst om beurten naar de kant, omdat we de boot niet alleen durven laten. Maar het anker houdt goed. In Finisterre ruikt het naar propere was, zien we veel rugzaktoeristen en horen we een man in zijn woonkamer drie dagen aan een stuk meezingen met Spaanse smartlappen, wat een uithoudingsvermogen!

Naast de meestgestelde vraag aan boord ‘wat doet de wind de komende dagen?’ is er nu ook ‘zal er mist zijn’? Deze tijd van het jaar rolt de mist hier over het hele kustgebied zijn tapijten uit. Zo veel mist hebben we nog nooit achter elkaar gezien. En je wil wel een beetje zicht hebben hier, waar er zo veel kleine vissersboten aan het werk zijn. Elke ochtend ligt er eentje vlakbij. Ik denk dat we op zijn favoriete plek geankerd liggen. De mannen praten zonder ophouden, maken ruzie, lachen en zingen. De sfeer aan boord is daar wisselvalliger dan het weer, dat na enkele dagen mist en windstilte nu hardere wind uit het zuiden gaat geven, dus we verplaatsen ons.

Bij Portosin vinden we een ankerbaai die heel beschut lijkt maar later niet zo blijkt te zijn. Trekkend aan het anker zitten we de harde wind uit. Het wordt eens tijd voor een douche en propere kleren, dus verplaatsen we ons naar de haven van Portosin. Van mijn spaanse broer Javier krijg ik de tip om zo veel mogelijk ‘marisco’ te eten en een bezoek te brengen aan Santiago de Compostela. Dus gaan we marisco eten in Santiago. Vanaf de haven is het makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer.

In Santiago zitten we op een bankje te kijken naar de mensen op straat. Bedevaarders met rugzakken, gitaren en wandelstokken met schelpen, enkele nonnetjes, marchanten, muzikanten en bedelaars. Een nederlandse dame komt naast ons zitten en spreekt haar ergernissen uit. “Ik vind het hier helemaal niks!” zegt ze. “Dan kom je helemaal naar hier gewandeld, drie weken lang en dan kom je hiér terecht. Straks komen we nog één keer samen en dan krijgen we een soort van oorkonde ofzoiets – stelt niks voor hoor – en dan gaan we weer naar huis, dan is het afgelopen. Echt een teleurstelling. En dan die bedelaars, zo vervelend! Ik zeg altijd dat ik enkel kaart heb, dan zijn ze gelijk weg. Ik denk dan bij mezelf ; doe dan iets, ga zingen ofzo, verkoop iets, weet ik veel, maar sta daar niet zo te bedelen.” Een man komt naar haar toe en geeft haar een warme knuffel en twee dikke zoenen. Tussen hen in knispert een tasje van de supermarkt. “Oh, for me?” vraagt ze hem smilend. “Haha no, for me!” antwoordt hij.

Het kost misschien wat moeite en een groot bord marisco om een wonder te zien maar we zagen er toch eentje. ‘Moet je achter je kijken’ zegt Jasper lachend. De vier koppeltjes die vijf minuten geleden nog elk netjes aan een eigen tafel in stilte zaten te eten zijn nu de beste vrienden geworden. Ze staan recht, kloppen elkaar op de schouder en er wordt likeur geschonken. De ober, die het eigenlijk veel te druk heeft, moet een groepsfoto maken. Hij staat naar ons te grijnzen, terwijl wij vol verbazing de Spaanse chemie gadeslaan. De marisco was super lekker.

Het heeft hard gewaaid want onze vlag is verdwenen. De volgende dag zeilen we over de hoge deining naar Islas Cies en gooien we het anker uit aan het strand. De eilanden van Cies zijn beschermd natuurgebied en je moet op voorhand een vergunning aanvragen om te mogen ankeren. Het water is helder blauw en de hele plek doet tropisch aan, buiten de temperatuur van het water. We zijn onmiskenbaar op de Atlantische Oceaan. De Giramondo rolt over de deining terwijl we het eiland verkennen. Wat is het hier mooi!

Het weer ziet er goed uit om naar Portual te zeilen. Wat zijn we blij dat we tijdens onze tocht over de Biskaje nog even hebben doorgezet tot Finisterre. Van Jeroen, die nog in Corunia zit, horen we dat er al die tijd een hele vloot ligt te wachten op betere omstandigheden om de kaap voorbij te zeilen.

We willen nog even naar Puerto de Baiona voor boodschappen, een kort stukje dat lelijk tegenvalt door deining en wind en een onvoorbereide bemanning die dat even op de motor dacht te doen. Slechtgezind op elkaar komen we aan. Maar alles is weer snel vergeten wanneer we ronddwalen in de smalle straatjes van Baiona. Diezelfde avond vertrekken we richting Porto, een makkelijke tocht voor de wind uit en tussen twee mistbanken in. En nu zijn we daar, waarover later meer!

Groetjes, Sanne en Jasper

IMG_7192
Een horreo in Portosin. Je ziet ze overal. Het zijn schuren waarin vroeger het voedsel en graan werd bewaard, beschermd tegen muizen (moose! zei de man aan wie we het vroegen in zijn beste Engels. “Hij zal mouse bedoelen”, zei Jasper, maar je weet maar nooit, met die fjorden hier)
IMG_7200
De haven van Portosin
IMG_3839
Ligt hij er nog?
IMG_7245
Jasper heeft de kano gerepareerd

4 thoughts on “Spaanse Ria’s”

  1. Geeft niks. We doen allemaal wel eens raar! Het was weer een geweldig verhaal. En de foto’s! Ben stikjaloers. Wat een leuke plaatsjes. En hier zitten we ook al met de verwarming aan. Geniet maar volop! Ga zeker in Porto rondslenteren en bacalhau eten. Lfs

Leave a Reply to Els Gras Cancel reply

Your email address will not be published.