een Noorse zomer

Een goede remedie tegen een rotsenfobie is een tochtje door Blindleia. Kaarten van de Noorse kust lijken volgens ons nog het meest op een verloren spelletje mijnenveger: Alarmerend veel rode puntjes, weinig ruimte tussenin en op het eerste zicht geen doorgang zonder gevaar voor ondergang. Het liefst ontwijken wij deze gebieden door er via zee in een ruime bocht omheen te varen, maar dan mis je eigenlijk de echte beleving van deze kust. Voor het gebied tussen Gamle Hellesund en Lillesand, een doorgang met de toepasselijke naam Blindleia, maken we een uitzondering. Het wordt in onze gidsen omschreven als het mooiste stukje van Zuid-Noorwegen en dat willen we niet missen.

Het wordt een mooie tocht waarbij we, in bochten wringend en al soepstengeletend, traag en dicht voorbij de rotsen glijden. Soms wordt het zo smal dat een tegenligger even moet wachten. Achter elke hoek zitten oude houten huisjes verscholen, allemaal kleine paradijsjes aan het water. Overal is de doorgang redelijk goed betond, maar het blijft goed opletten want niet elke ondiepe steen is er aangegeven. Hoe deed men dat vroeger zonder gps? Ook is het druk. Alsof elke Noor een boot heeft en vandaag hier op het water zit. Ze varen hard, liefst nog al telefonerend. De snelheidslimiet van 5 knopen wordt hier massaal aan de laars gelapt. Vervelend voor trage stakkers zoals de Giramondo, die bij elke hekgolf heen en weer hobbelt als een ongecontroleerd rodeopaard. In Lillesand leggen we de Giramondo aan om de stad te gaan bekijken, maar door de voorbij scheurende motorboten liggen we zo slecht dat we snel weer weg gaan. Even later liggen we aan het anker, te midden van een prachtige ankerbaai. Het is er druk, maar er is plaats genoeg.

 

“Can you please help us?” Het is wat harder gaan waaien en een zeilboot is op drift geraakt. De wind blaast hen recht onze kant uit. Op het dek staat een vrouw teken te geven, met naast haar drie kinderen rond een jaar of tien. We leggen het schip vast aan de Giramondo om te voorkomen dat ze verder driften, dit in afwachting van de kapitein die niet aan boord is. “Hij is even een vriendje gaan afzetten in de stad, normaal gezien is hij er zo!” vertelt de vrouw, die zich helemaal doodschaamt omdat ze niet weet hoe ze de motor moet starten, laat staan dat ze weet hoe ze het anker opnieuw moet uitgooien. Het onaangekondigd bezoek blijkt super aardig te zijn. In gebroken Engels stellen de kinderen ons veel vragen en zijn ze vol lof over de Giramondo (waarmee je ons nogal makkelijk kan inpakken). Hoe gezelliger het wordt hoe meer we afdrijven, met zijn allen. Net op tijd komt de kapitein weer aan boord en wordt de motor gestart. De vrouw belooft plechtig een snelcursus ankergooien te volgen en we wensen hen veel succes.

 

De volgende stops zijn Grimstad, waar schrijver Knut Hamsun 36 jaar van zijn leven doorbracht en Tvedestrand, alletwee kleine stadjes met witte oude huisjes die typisch zijn voor de provincie Aust-Agder. Om in Tvedestrand te komen moeten we door het Oksefjord en het Tvedestrandsfjord, een lange weg die volgens onze gids de reden is waarom er zo weinig zeilers naar het stadje trekken. Wanneer er allemaal mensen enthousiast naar ons zwaaien terwijl we rustig op de genua het fjord binnenzeilen beginnen we de gids te geloven. Er is zelfs iemand die vanaf zijn huisje hoog in de rotsen zijn bel luidt om onze aandacht te trekken. Later zien we dat de haven stikt van de zeilboten en we begrijpen er helemaal niets meer van.

 

To Olso or not to Oslo, dat is steeds meer de vraag. In het begin was het een doel, maar nu we steeds dichterbij komen zien we er steeds meer tegenop. Om in Oslo te geraken moeten we door het 60 mijl lange Oslofjord. Naar het schijnt is het geen lelijk fjord, maar aangezien de wind er maar van twee richtingen kan komen, mee of tegen, is de kans groot dat je 60 mijl met de motor moet afleggen. (“en wat is een fjord? Dat is toch doodgewoon een zee-inham?” – Jiskefet) We stellen de keuze nog even uit en leggen koers naar Fredrikstad. Eerst bezoeken we Lyngør, een dorpje dat verspreid ligt over verschillende eilandjes. De delen tussen de eilandjes zijn zo dun als straten. Het dorp is enkel per boot te bereiken en er zijn geen auto’s. In 1991 werd het uitverkozen als best bewaarde dorp in Europa. Op weg naar Fredrikstad hebben we windje mee. Een ideaal moment om onze spinaker eens uit te testen. Wat een mooi zeil is het!

 

 

Midden op zee horen we plots het geluid van een branding. Hebben we iets gemist op de kaart? We naderen een raar stukje water met kleine golven die omhoog springen alsof er stroom op staat. Even later is het weer weg. In de verte zien we een bosbrand. We hopen dat er niemand in zit, want het ziet er onheilspellend uit, hoewel de geur zo zalig is dat we beiden zo lang mogelijk onze hoofden in de wind houden. De extreem warme en droge zomer eist zijn tol…

Fredrikstad is een samenvoegsel van een oude en een nieuwe stad, elk op een eigen eiland. Een gratis veerdienst brengt je makkelijk overal naartoe. Gamblebyen is een goed bewaarde vestingstad en een bezoekje waard. Ook kan je er een werf bezoeken met Colin Archers. Dat zijn schepen die gebouwd zijn naar het beroemde model van de gelijknamige ontwerper. We treffen er een sympatiek uitziende zeecontainer-werkplaats aan.

 

Uiteindelijk beslissen we not to Oslo. De wind staat gunstig om naar Zweden te gaan, waar we nu vlakbij zijn. Op Nordre Sandøy vinden we een (voorlopig) laatste ankerplekje in Noorwegen. Bedankt Judy Lomax voor je service, it has been a pleasure!

 

6 thoughts on “een Noorse zomer”

  1. Beste globetrotters, wat een mooi verhaal en wat een prachtige foto’s. Mijn ervaringen met Noorwegen zijn beperkt . 2 weken over de Hardanger vida en een weekje vissen met Henk in het Trondheim fjord. Ik blijf graag op de hoogte van jullie avonturen hartelijke groeten Jan Sluimers NB wat een prachtig “ ik bennie bang zeiltje( sud Afrikaans voor spinnaker )

  2. Beste Jan, heet dat echt zo in het Zuid Afrikaans of heb je dat zelf verzonnen? Het klinkt wel goed! Het Trondheimfjord is ook erg mooi, we hoorden al dat jullie er veel vis vingen. Vele groeten, Jasper en Sanne

  3. Het moest wel even op soepstengels maar dan heb je ook wat! Geweldige tocht. Mooie plekjes, leuke dorpjes, huisjes om jaloers op te zijn en ook nog heerlijk weer. Alles is blauw. Wat een heerlijk leven zo!

  4. Wat staat ie mooi, de spinaker! Jullie staat het trouwens ook erg mooi; al dat blauw en zonnebruin. De crocs laten we gewoon even buiten beschouwing 😉 We hopen dat jullie het net zo mooi hebben als jullie plaatjes eruit zien…. fabelachtig ❤ ❤ Veel liefs van ons XX

Leave a Reply to Jan Sluimers Cancel reply

Your email address will not be published.